The Zero Universe
historie2 
George Lemaître (1894-1966) is de grondlegger van de oerknal theorie (1931). Aan de hand van de roodverschuiving in een spectrum concludeerde hij dat het heelal uitdijt (1927). Fritz Zwicky (1898-1974) bestudeerde in 1933 de Comacluster, een stelsel van 10.000 galactische sterrenstelsels die om een gemeenschappelijk zwaartepunt roteren. Hij concludeerde toen dat er meer massa in het centrum moest zijn en noemde dit “donkere materie” omdat het niet zichtbaar was. Fred Hoyle (1915-2001) noemde de oerknal denigrerend de “Big Bang” omdat hij het er niet mee eens was als voorstander van zijn “Steady State” theorie. Toen men later op computers de Big Bang kon simuleren leverde het model van de Big Bang, in het begin van de Bang, problemen op omdat de snelheid waarmee dit heelal uitdijt groter is dan de lichtsnelheid, bovendien is de ontwikkeling van het atoom in de eerste seconden onduidelijk. Kortom de Big Bang is niet bewezen en bij gebrek aan iets beters, nog steeds in gebruik in het Standaardmodel van de astronomie. Sinds die tijd ontstaan er meer en meer theoriën die de ontstane mysteries/gebreken moeten corrigeren, zoals donkere materie/energie, de betekenis van roodverschuiving, de eerste minuut van de Big Bang, zwarte gaten..... Het is eigenlijk hetrzelfde als bij de zoektocht naar het heliocentrisch systeem, steeds moeilijkere ideeën en formules bedenken om het geheel kloppend te krijgen en weinig of niet openstaan voor nieuwe ideeën. En dan komt ineens een veel eenvoudiger idee dat veel van alle problemen verhelpt.