The Zero Universe
historie 
De mens is al vroeg begonnen met de bestudering van het uitspansel en heeft door langdurige nauwgezette waarnemingen een beeld opgebouwd van het firmament. Een van de eerste resultaten die nog zichtbaar zijn is een door de Soemeriërs (5000 jaar geleden) gemaakt steenreliëf waarop een ster te zien is omringd door ronde bollen van diverse grootte. Het is zeer waarschijnlijk dat zij wisten dat de planeten om de zon draaiden.                  
De kennis van de Soemeriërs is hierna verdwenen want vanaf die tijd was de aarde het centrum van het heelal. Om de bewegingen van de toen bekende planeten (Mercurius, Venus, Mars, Jupiter, Saturnus) te verklaren werden steeds ingewikkelder ideeën en berekeningen gemaakt om alles te laten kloppen. Voor deze theorieën van onder andere Ptolemeus is er nooit een bevredigende oplossing gevonden. Nicolaas Copernicus (1472-1543) stelde dat de zon in het centrum staat. De Rooms Katholieke kerk wist van het bestaan van zijn boek dat dit beschreef maar nam geen maatregelen omdat men het wiskundige fictie achtte. Galileo Galilei(1564-1642) kwam aan de hand van waarnemingen met zijn telecoop  tot de conclusie dat de theorie van Copernicus juist was. Omdat dit niet strookte met de bijbel moest hij aanpassingen aanbrengen om te overleven, anders was hij op de brandstapel gekomen. Johannes Keppler (1571-1630) berekende de planeetbewegingen en kwam met de wetten die dit beschreven. Hierna was het heliocentrische model over het algemeen aanvaard. Isaac Newton (1643-1727) stelde wetten op die voor de hemelmechanica fundamenteel waren en zijn. Henry Cavendish (1731-1810) vond een ingenieuze manier uit om de door Newton geïntroduceerde Gravitatieconstante te bepalen, een getal met 10 nullen achter de komma voordat er een significant cijfer komt.